Toen ik van de sportschool naar huis fietste zag ik voor me een man van zijn fiets vallen toen hij een steil bruggetje op probeerde te fietsen. Twee dames schoten hem direct behulpzaam toe. Ik stopte ook om te zien of er meer hulp nodig was, raapte zijn fiets op en zette hem op de stoep. De dames hielpen hem om op de stoeprand te gaan zitten en raapten de pantoffels op die van zijn voeten waren gegleden..
Zelf had ik het niet gezien maar de dames zeiden dat hij met zijn hoofd tegen de brugleuning was gevallen en dat hij even rustig aan moest doen. De oudere (en niet licht-gebouwde) man leek dat niet nodig, hij was bijna thuis en het viel wel mee. Hij was duidelijk niet van plan om te blijven zitten op de stoep, dus ik hielp hem overeind. Hij begon direct te wankelen dus ik hield hem even vast tot hij weer stabiel stond.
Hij wilde zijn fiets weer pakken terwijl de dames vroegen of hij niet beter kon gaan lopen maar ook daar had de man geen oren naar. De toevallig beide vrij kleine dames hadden duidelijk weinig in te brengen bij deze grote man. Terwijl hij zich omdraaide naar zijn fiets zag ik bloed in zijn witte haren. Ik zei dat hij even stil moest staan zodat ik het kon bekijken en terwijl ik zijn haren een beetje opzij veegde zag ik hem verkrampen van de pijn als ik in de buurt van de wond kwam. “Moet je niet even langs de dokter?” vroegen de dames. Weer protesteerde de man en de dames keken me aan met een blik die aangaf dat ze verder ook niet wisten wat ze hier mee moesten.
“De huisarts zit hier om de hoek, ik loop wel even mee” zei ik tegen de oude man. Mompelend pakte hij zijn fiets en begon te lopen. Onderaan de brug gaf hij aan dat fietsen wel weer zou lukken en eigenwijs stapte hij weer op. Een lange plastic tas bungelde aan zijn stuur en schuurde langs zijn voorwiel. Ik fietste met hem mee en wees hem in de richting van de huisarts. Hij begon al wat meer te praten terwijl hij gewillig zijn fiets bij de huisarts neer zette en naar binnen liep.
Bij de balie gaf ik aan wat er was gebeurd en checkte of de man hier bekend was. Toen hij zijn geboortedatum opgaf, “van ‘43”, bleek hij dat inderdaad te zijn en hij woonde ook vlakbij, dus ik kon hem met een gerust hart achterlaten. Ik zette hem op een stoel in de wachtkamer en haalde nog even de plastic tas binnen die hij aan zijn fiets had laten hangen. Tot twee keer toe bedankte hij me en stak een dikke duim op als afscheid.
“Dienend leiderschap“, een term die we in Tantric Dance veel gebruiken, schoot door mijn hoofd. De leider leidt de dans met de bedoeling die zo plezierig mogelijk te maken voor de volger. In dit geval was het nodig om geen vragen te stellen maar gewoon te zeggen wat er gaat gebeuren, zodat de ander alleen nog maar hoeft te volgen.
